Brussel, 3 februari 2010
Waterloolaan 115
1000 Brussel
Geachte Heer De Clerck,
Betreft: problemen in de gevangenis te Brugge – willekeurige sancties
Ik informeerde u gisteren nogmaals over de aanslepende problemen met de juridische diensten in de gevangenis van Brugge die niet schijnen opgelost te geraken alhoewel u zopas zei dat de werking binnen de gevangenissen een ’prioriteit is voor deze regering’.
Ik sprak u over een dossier van een gedetineerde dat door een
justitiebeambte van de psycho-sociale dienst (PSD) ‘per ongeluk’ drie
maanden was blijven liggen en het feit dat dergelijke ‘ongelukjes’ wel meer voorkomen.
Ik sprak u over de daaropvolgende verdwijning van het rapport dat de
justitieassistente ten huize van de verloofde van de gedetineerde had
opgemaakt. Het rapport werd op een zondagavond gelukkig teruggevonden.
Ik sprak u tevens over een sfeertje van intimidaties en bedreigingen die
door de justitiebeambte van de PSD wordt gecreëerd en die de spanningen
binnen de gevangenis opdrijven.
En tenslotte sprak ik u over het personeelscollege in verband met de
ingediende verzoeken van de bovengenoemde gedetineerde.
Inzake de bijéénkomst van het personeelscollege zou ik u het volgende willen vragen:
Kan het personeelscollege de verzoeken van een gedetineerde over de ganse lijn negatief adviseren omdat zijn vriendin of verloofde bekend maakte dat een justitiebeambte van de PSD een dossier gedurende drie maanden heeft laten liggen en dat vervolgens het rapport van de justitieassistente verdween ?
Zijn dergelijke willekeurige sancties van gedetineerden omwille van de
bekendmaking van wantoestanden door hun vriendin, verloofde, vrouw of
familie mogelijk ?
Kan u mij zeggen op welk wetsartikel dergelijke wraakuitoefeningen op
gedetineerden zijn gebaseerd.
In afwachting van uw antwoord, teken ik,
hoogachtend,
Jan Boeykens
Faiderstraat 10
1060 Sint Gillis
Van: Jan Boeykens werkgroepmorkhoven@gmail.com
Datum: 3 februari 2010
Onderwerp: gedetineerden: willekeurige sancties
Aan: stefaan.declerck@just.fgov.be, stefaan.de.clerck@pandora.be
Cc: “Baart, Els” , vanessa.bury@just.fgov.be, andre.vannieuwkerke@vlaamsparlement.be, antwerpen@belga.be, info@s-p-a.be, a.slotboom@rechten.vu.nl, Bert Boeykens , bart.aerts@persgroep.be, ccv , emmanuelle.schouten@progresslaw.net, hoofdredactie@demorgen.be, h.a.j.m.versteeg@rechten.vu.nl, info@vpro.nl, info@just.fgov.be, Redactie van stopkindersex , journal@lesoir.be, guy.milcamps@lachambre.be, patrick.moriau@lachambre.be, jan.mortelmans@dekamer.be, linda.musin@lachambre.be, nathalie.muylle@dekamer.be, clotilde.nyssens@lachambre.be, jacques.otlet@lachambre.be, katrien.partyka@dekamer.be, barbara.pas@dekamer.be, jan.peeters@dekamer.be, andre.perpete@lachambre.be, cathy.plasman@dekamer.be, annick.ponthier@dekamer.be, magda.raemaekers@dekamer.be, willem-frederik.schiltz@dekamer.be, bert.schoofs@dekamer.be, marie-martine.schyns@lachambre.be, luc.sevenhans@dekamer.be, sarah.smeyers@dekamer.be, therese.snoyetdoppuers@lachambre.be, bart.somers@dekamer.be, ine.somers@dekamer.be, sofie.staelraeve@dekamer.be, bruno.stevenheydens@dekamer.be, isabelle.tasiaux@lachambre.be, raf.terwingen@dekamer.be, eric.thiebaut@lachambre.be, bruno.tobback@dekamer.be, bruno.tuybens@dekamer.be, ilse.uyttersprot@dekamer.be, bruno.valkeniers@dekamer.be, Luk.Van.Biesen@dekamer.be, christine.vanbroeckhoven@dekamer.be, ludo.vancampenhout@dekamer.be

Het gevangenisbeleid in België, het ‘hart’ van Europa…
Enkele uittreksels uit een discussie:
‘Ik ben echt verbijsterd over wat ik allemaal van jou te horen krijg.
Ik dacht immers dat ik met Marcel zowat alles gezien had over de gevangenistoestanden te Brugge.
En het ergste van deze zaak is dat die praktijken niet alleen op Marcel blijken te slaan die men ten allen koste vanwege de kinderpornozaak Zandvoort het zwijgen wil opleggen maar dat dit al jarenlang een systeem is waarvan honderden mensen (zowel de personen die terecht of onterecht een straf uitzitten als hun vrienden en familieleden) het slachtoffer zijn geworden.
Als de minister van justitie nu niet laat optreden in plaats van over een ‘menselijke en rechtvaardige justitie’ te spreken, dan is hij het voor mij niet meer waard om nog minister te zijn’.
3.2.2010
—-
‘Ik vraag mij af of Sp.a-justitiespecialist Renaat Landuyt die we beiden hebben aangeschreven, zal reageren. Ik weet wel dat André Van Nieuwkerke (andre.vannieuwkerke@vlaamsparlement.be) wel een parlementaire vraag heeft gesteld aan minister De Clerck in verband met de uitvoeringsbesluiten van de wet op de voorlopige invrijheidsstelling om medische redenen die De Clerck niet wil tekenen zodat de uitvoering van deze wet geblokkeerd wordt.
Van Nieuwkerke kreeg nauwelijks antwoord op zijn vraag zodat de zwaar zieke gevangenen pas drie dagen voor hun vermoedelijk overlijden (behoudens enkele door De Clerck geprefereerde uitzonderingen) de gevangenis uitgestampt worden.
Eigenlijk zou ik moeten zeggen: met hun andere been het graf ingestampt worden.
En diezelfde De Clerck pretendeert op zijn website dan dat hij voor een ‘menselijke en rechtvaardige justitie’ is, en gaat bij de Nederlandse regering klagen over zijn ‘overbevolkte gevangenissen’ waardoor de Belgische belastingsbetaler zich nu blauw betaalt aan de huur van een Nederlandse gevangenis in Tilburg.
Je ziet dat de criminele praktijken (hoe moeten we dit anders noemen?) niet alleen bij Justitieel Welzijnswerk, de beambten van de psycho-sociale diensten binnen de gevangenissen en bij bepaalde gevangenisdirecties te vinden zijn. Zij worden ook door ministriële leden van de christendemocratische ‘waardenpartij’ uitgeoefend, wat verklaart waarom de boel zo corrupt is en blijft’.
3.2.2010
Een dag uit het leven van de verloofde van een gedetineerde…
Justitie en haar diensten: het leven zoals het is…
3.2.2010
Vandaag is er een brave ziel van JWW (Justitieel Welzijnswerk, gevangenis Brugge) zelf eens gaan vragen hoe het zat met die afschriften van adviezen waar ik gisteren bij de griffie om had gevraagd en waarvan men mij bleef herhalen dat de persoon in kwestie deze had gehad.
Tot mijn verbazing, heeft zij de afschriften bekomen, en dit ondanks het feit dat ze eigenlijk al met zekerheid waren bezorgd aan de persoon in kwestie..
Waarvoor allereerst mijn oprechte dank aan deze persoon, dankzij haar tussenkomst (en zo één van de weinigen is die wel blijk geeft van te willen helpen waar nodig) werden afschriften bezorgd aan degene die er bij wet recht op had, maar ze niet kreeg.
Aangezien de griffie mij niet hadden kunnen afschepen met hun “ik weet het niet”, “het ligt mss daar of ginder”, “wat U zegt is geen waar”, en zelfs “HIJ HEEFT DIE AFSCHRIFTEN WEL GEHAD”, en ik dus bleef vragen naar wat meer uitleg, hebben de dame en de heer van de griffie (waar men ALTIJD terecht kan met een vraag –op voorwaarde dat het geen vraag is waar men liever niet op antwoordt…) met gebundelde krachten het schuifraam dichtgeduwd, zeg maar, mijn mond gesnoerd.
Die lieve dame vond het zelfs nodig om mij te bedreigen door te zeggen dat als ik NU niet weg ging, ze “iemand ging roepen”…
En dat allemaal omdat ik, beleefd, antwoorden of uitleg vroeg op mijn vragen of zaken die voor mij zeer onduidelijk waren… Vreemde reactie, “iemand roepen”…? En wat zeggen tegen die persoon? “Die madam stelt vragen waar wij niet willen/kunnen/mogen op antwoorden, hoe minder ze weet hoe beter, dus neem haar maar mee en ? (weet ik veel, steek haar in de cel?)
Net op tijd heb ik me kunnen terugtrekken of ik zat met hoofd en al tussen het raam geklemd…
Van een transparant en open beleid gesproken… enfin, aangezien de griffie blijkbaar niets wist/beweerde niets te weten, en ze zo vriendelijk waren om “iemand te roepen” voor me, (die toch mijn vragen ook niet ging beantwoorden ) én ik haast was geplet tussen dat raam, vond ik dat hun manier van doen niet bepaald door de beugel kon, en ging ik op aanraden van een cipier in de bezoekerszaal, eens tot bij de kwartierchef om de situatie uiteen te doen.
Wat ik ook heb gedaan. Mevrouw ? (heb haar naam gevraagd maar ze zei dat het niet nodig was dat ik die wist…?) ging dan wel eens gaan luisteren bij de griffie over wat het probleem was.
Daarmee was de zaak rond. Misschien dat mijn verwachtingen weer veel te hoog waren, ik dacht dat mevrouw ? wel eventjes mee ging gaan tot aan de griffie, met mij mee, zodat ik tenminste de juiste personen kon aantonen die mij zo vriendelijk te woord hadden gestaan, en tevens wel interesse had in wat er over de situatie ging gezegd worden.
Nee dus, wanneer, wie, waarom of hoe ivm die toestand bij de griffie, ik kan alleen maar zeggen dat ik hoop dat mevrouw ?, als ik die ooit nog eens zie, mij zal laten weten hoe ze de zaak heeft “ingekeken”. Het zal mss bij “het zelf gaan snuiven” blijven, maar ik zeg er direct bij dat ik dit nu nog niet kan zeggen, mevrouw ? heb ik nog niet gezien, ik zal me hierover nog niet uitspreken.
Zodus, aan de hand van de afschriften werd dus direct duidelijk dat alles was zoals verwacht én tevens van op voorhand meedegedeeld: NEGATIEF.
NEGATIEF voor penitentiair verlof, gebaseerd op “tegenaanwijzingen”.
Eventjes wat duidelijker: art 47 = tegenaanwijzingen voor het niet toekennen van PV en UV etc. Staat in de wet, maar kom, we gaan niet teveel in detail gaan..
Hoeveel tegenaanwijzingen staan er in dit artikel?
Op basis van hoeveel tegenaanwijzingen werd het negatief geadviseerd?
Das kwestie van alles op alles te zetten om zo zeker te geraken waar men wil!
Wat de inhoud van die 4 tegenaanwijzingen precies is, zal ik niet beginnen overtypen.
Wel wil ik met onderstaande tekst, komende van de site steunpunt.be, duidelijk maken dat alle vragen en bedenkingen ik heb wat betreft de manier waarop men adviezen opstelt , niet enkel mijn vragen zijn, maar blijkbaar ook vragen zijn van talloze andere mensen.
« Wetsontwerp ‘Externe rechtspositie van gedetineerden’
Het Belgisch penitentiair beleid is in beweging. Na decennia verwaarlozing wordt vandaag werk gemaakt van een wettelijk kader voor de uitvoering van de gevangenisstraf gestoeld op een rechtspositionele benadering van gedetineerden. Een wettelijk kader moet rechtsgelijkheid en rechtszekerheid brengen, meer duidelijkheid voor alle betrokken partijen en meer transparantie in de doelstellingen van de gevangenisstraf, de procedures en de uitvoering ervan. Het wetsontwerp betreffende de externe rechtspositie van gedetineerden is te lezen in samenhang met het wetsontwerp ‘Strafuitvoeringsrechtbanken’ en met de Basiswet gevangeniswezen en rechtspositie van gedetineerden (12 januari 2005), en bouwt verder op volgende leidende principes: legaliteit, schadebeperking, responsabilisering, participatie en een op reïntegratie en herstel gerichte invulling van de detentie.
Met de opvang, begeleiding en structurele ondersteuning van verdachten, daders en slachtoffers van delicten is het Algemeen Welzijnswerk al jaren actief op het raakvlak welzijn – justitie. Vanuit deze praktijk onderschrijft het Algemeen Welzijnswerk voornoemde principes en worden de recente ontwikkelingen op weg naar een hernieuwd penitentiair beleid toegejuicht.
Het ‘wetsontwerp externe rechtspositie’ getuigt van de fundamentele keuze over te stappen van een gunsten- naar een rechtenregime voor wat betreft de toekenning van verschillende strafuitvoeringsmodaliteiten. Wij hopen ten zeerste dat deze keuze doorheen de parlementaire besprekingen overeind blijft.
Na lezing van voorliggend ontwerp formuleren wij enkele kritieken, kanttekeningen.
———————————————————
Een kwantitatieve grens van 3 jaar i.t.t. een kwalitatieve, geïndividualiseerde benadering
Het voorliggend wetsontwerp bouwt verder op de huidige praktijk waarbij veroordeelden met een straf (met een uitvoerbaar deel) van meer dan 3 jaar via een andere procedure en onder andere voorwaarden dan zij die korter gestraft zijn de gevangenis kunnen verlaten. Opdat hij voorwaardelijk kan vrijkomen zal de langgestrafte een reclasseringsplan moeten voorleggen, zijn dossier wordt behandeld door de multidisciplinaire strafuitvoeringsrechtbank.
De kortgestrafte verschijnt zonder reclasseringsplan in handen voor een alleenzetelend rechter. Deze keuze bouwt verder op de vooronderstelling dat de problematiek van veroordeelden tot kortere straffen minder complex of minder ernstig is, minder voorbereidend of reclasserend werk vraagt, ook minder opvolging en controle eist,… dan het geval is bij veroordeelden tot langere gevangenisstraffen. De realiteit leert dat deze abstracte juridische grens geen maatstaf is om dit te bepalen. De strafmaat zegt weinig over de persoon van de gedetineerde en diens reclasseringsvooruitzichten.
Het reclasseringsplan; wat en hoe?
Art. 48 stelt dat het dossier van de veroordeelde – tot een straf van meer dan 3 jaar – een sociaal reclasseringsplan dient te bevatten waaruit de perspectieven op reclassering van de veroordeelde blijken. Hoewel een noodzakelijk en centraal element in het dossier van de veroordeelde worden de inhoudelijke lijnen van dit reclasseringsplan niet in de wet uitgewerkt. We moeten het wat dit centraal gegeven betreft dus met veronderstellingen doen.
In de artikelsgewijze toelichting (stuk 3-1128/1) gaf de minister terzake een vage aanwijzing: “hoe tegenaanwijzingen op vlak van reclassering zullen ondervangen worden, … focus op de toekomst op grond van objectieve en niet van morele gegevens, … een concreet reclasseringsproject”.
Op welke elementen zal dit plan worden geëvalueerd?
In dit verband moet de vraag gesteld of ook de houding van de veroordeelde ten aanzien van het slachtoffer en/of zijn inspanningen om de schade – in materiële of andere zin – te herstellen in dit reclasseringsplan dient opgenomen. Opmerkelijk is dat ‘de houding van de gedetineerde ten aanzien van de slachtoffers’ als tegenaanwijzing in de wet op de voorwaardelijke invrijheidstelling van 5 maart 1998 in het voorliggend ontwerp niet is weerhouden. In de memorie van toelichting argumenteert de minister dat de belangen van het slachtoffer belangrijk zijn maar dat dit een vage en moeilijk te gebruiken uitdrukking is. Met oog op een rechtsgelijke behandeling mag verwacht worden dat de wet wat de inhoud en reikwijdte van het reclasseringsplan betreft meer duidelijkheid en richting geeft!
Ook de totstandkoming van dit reclasseringsplan roept vragen op. In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat het aan de bevoegde diensten (“psychosociale dienst van de gevangenis/PSD of externe dienst”) toekomt om een proactieve houding aan te nemen en samen met de veroordeelde aan de reclassering te werken; het is aan deze diensten dat het initiatief tot verwezenlijking van een reclasseringsplan toekomt.
De veroordeelde mag hiermee echter niet ontslaan worden van de eigen verantwoordelijkheid. Integendeel: hem actief aanspreken, motiveren en bijstaan moet er net op gericht zijn hem de nodige middelen in handen te geven om zélf verantwoordelijkheid voor zijn sociale reclassering op te nemen.
Misschien moet in dit verband duidelijker gesteld dat niet de ‘bevoegde diensten’ maar de veroordeelde zélf eigenaar is van en verantwoordelijk is voor zijn reclasseringsplan?
Het advies van de gevangenisdirectie?
Voor alle strafuitvoeringsmodaliteiten is een voorafgaand advies van de directeur van de gevangenis vereist. Voor de beperkte hechtenis, elektronisch toezicht en voorwaardelijke invrijheidstelling is in art. 31 opgenomen dat de directeur hiertoe een dossier opmaakt waarin ondermeer ‘het verslag van de directeur’ is opgenomen. Het ontwerp biedt geen duidelijkheid over de inhoud en totstandkoming van dit verslag. Wordt de veroordeelde door de directeur gehoord? Zal hier legio de actuele werking van de personeelscolleges een multidisciplinaire aanpak voorop staan? Zal de psychosociale dienst van de gevangenis in dit verslag in haar advies- en expertiseopdracht erkend worden?
Het personeelscollege: een lege doos?
Het wetsontwerp stapt af van het personeelscollege als filter, beslissend tussenorgaan in de besluitvoering inzake de toekenning van strafuitvoeringsmodaliteiten. Dit is een belangrijke stap vooruit. In art. 31 is opgenomen dat de veroordeelde nog wel , op zijn verzoek, kan gehoord worden door het personeelscollege. Desgevallend worden ook de opmerkingen van het personeelscollege aan het dossier dat de gevangenisdirecteur opbouwt toegevoegd. Ook deze keuze roept vragen op. Waarom deze onduidelijke, dubbelzinnige constructie? Wat is nog de rol en het statuut van het personeelscollege ? Wat is de waarde van haar advies? Hoe verhoudt dit advies zich tot het (al dan niet multidisciplinair) verslag van de gevangenisdirecteur? Wordt verzekerd dat alle gedetineerden geïnformeerd zijn opdat zij – rechtsgelijk – toegang kunnen vinden tot dit forum?
Beter had ik het niet kunnen zeggen…
Het gevangenisbeleid in België, het ‘hart’ van Europa (2)
Enkele uittreksels uit een discussie:
‘das wat je kan noemen ‘er onbewust in gerold zijn’…
Elke dag val ik soms meer dan eens haast letterlijk om van verbijstering.. zo weinig mensen beseffen en (willen) weten wat ik nu weet. En ik vrees dat dit nog maar het tipje van de sluier is. Maar dan wel een hele zwarte en zware sluier..
Een mens kan en mag dit niet negeren.
En mij het zwijgen opleggen, tja, nochtans is er geen letter gelogen van wat ik schrijf. Een dag met een keer, het is inderdaad iets wat met momenten het uiterste van je vergt..
3.2.2010
—–
‘Het is inderdaad onwaarschijnlijk wat er in de gevangenis van Brugge gebeurt. En ik die dacht dat ik met het dossier van Marcel waarin er rapporten werden achtergehouden, gegevens van vonnissen werden vervalst, medische gegevens werden achtergehouden enzoverder alles gezien had…
Hier kan en mag men inderdaad niet over zwijgen.
Dit is een echte schande voor de minister van justitie die op zijn website over een ‘menselijke en rechtvaardige justitie’ spreekt en beweert dat de werking binnen de gevangenissen ‘een prioriteit is voor deze regering’.
3.2.2010
—-
‘Dat een minister van justitie mensen eindeloos laat folteren en lijden in de gevangenis en daarbij zelfs nog openlijk durft zeggen dat zieke gevangenen ‘pas drie dagen voor hun vermoedelijk overlijden de gevangenis mogen verlaten’ (om dan te overlijden), gaat mij een stap te ver.
Bovendien is het niet eens waar want bevoorrechte personen (die niet ziek zijn) kunnen gewoon thuis op een electronisch enkelbandje blijven wachten zoals dat het geval was met inspecteur Bart Debie (Vlaams Belang) en Daniël Féret (Front National).
En het meest verbazingwekkende vind ik dat heel wat mensen het normaal vinden dat een blijkbaar compleet geflipte justitieminister zo’n uitspraken doet en dat de verkozen volksvertegenwoordigers dit niet eens in vraag stellen!
Maar wie gelooft dat wij daar maar enkel over zullen blijven klagen, die vergist zich’.
3.2.2010