SAMENKOMST AAN HET KONINKLIJK PALEIS TE BRUSSEL
De Tsjetjeense vluchteling Arbi Zarmaev wordt nog altijd 24 uren op 24 uren geïsoleerd in de gevangenis van Brugge. Vandaar dat we vandaag met een 30-tal Tsjetsjenen opnieuw zijn samengekomen.
Deze keer hadden we afgesproken aan het Koninklijk Paleis te Brussel. Toen we aan het Koninklijk Paleis in Brussel kwamen, waren er tientallen politieagenten in 3 speciale combi’s die ons stonden op te wachten alsof het om een revolutie ging. Het waren dezelfde politieéénheden (met ook leden van de geheime politie) die 14 dagen geleden optraden toen we samenkwamen voor de gebouwen van het Europees Parlement.
We kregen onmiddelijk een verbod opgelegd om een spandoek open te vouwen en foto’s te maken. Men bleef de hele tijd herhalen dat we een ‘toestemming nodig hadden voor deze manifestatie’. Dat is de beste manier om manifestaties te verbieden. Het is op deze manier dat elke berichtgeving over Arbi Zarmaev door de Belgische autoriteiten en de Belgische minister van justitie Stefaan De Clerck, die een deal met de Russische regering voor de uitlevering van Arbi Zarmaev maakten, geblokkeerd wordt.
De vereniging Pax Christi maakte op 8.4.2011 bekend dat de Europese Raad niet accepteerde dat Arbi in een Russische of Tjetjeense gevangenis terechtkwam, omdat hij dan veel kans loopt om gemarteld en vermoord te worden, zoals dat reeds het geval was met heel wat Tsjetsjenen. Justiteminister De Clerck en de Raad van State probeerden dit risico te relativeren en De Clerck zei zelfs met een wijd armgebaar dat dit risico onbestaande was ‘omdat hij met de Russiche ambassade had gebeld’. Maar hoe kan men dit relativeren als men zelfs niet eens kan voorkomen dat mensen in Belgische gevangenissen het slachtoffer worden van folterpraktijken ?
Zoals reeds gezegd, werd Arbi Zarmaev in een isoleercel van de gevangenis van Hasselt dag en nacht geketend zodat hij er diepe wonden aan polsen en enkels van overhield. Hij kreeg gedurende 4 dagen geen water waardoor hij met ernstige uitdrogingsverschijnselen kampte. In de halfduistere isoleercel van 2 op 3 meter van de gevangenius van Brugge werd hij iedere nacht om de 15 minuten met veel lawaai en fel licht wakker gemaakt. In beide gevangenissen werd hij met psychiatrische drugs behandeld die er uiteindelijk voor moeten zorgen dat hij in een gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting kan opgesloten worden indien de justitieminister en de Belgische Staat verplicht zijn om zich naar de Europese beslissing te schikken.
We contacteerden het Europese Comitee tegen Foltering en het VN Comitee tegen Folteringen, maar die vonden het niet nodig om ons te antwoorden terwijl zij de Belgische Staat regelmatig veroordeeld hebben voor folterpraktijken in haar gevangenissen, in het bijzonder in de gevangenis van Brugge. Ook de Liga voor de Mensenrechten laat niets van zich weten, wat toch hoogst merkwaardig is. Misschien hebben ze genoeg aan hun herkregen overheidssubsidies…
Arbi’s familie is erg bang. Ze heeft Arbi al 14 dagen lang niet meer kunnen zien of spreken en men vreest dat Arbi die lichamelijk en geestelijk uitgeput is, de gevangenis van Brugge niet levend zal verlaten.
Al 14 dagen lang blokkeren de Belgische autoriteiten elk sociaal contact van Arbi. Hij zit 24 uur op 24 uren opgesloten zonder recht op briefrwisseling, zonder telefoon, zonder televisie, zonder even op het binnenplein te mogen wandelen en zonder contact met andere gevangenen.
Zowel minister De Clerck als Hans Meurissen, directeur van het Directoriaat-Generaal van het Gevangeniswezen, zijn van deze feiten op de hoogte.

Arbi Zarmaev verscheen na 21 maanden (terwijl hij na 6 maanden had moeten vrijgelaten worden) vandaag voor de Raadkamer.
De rol van justitieminister De Clerck (CD&V, vlaamse christen-democraten) die Arbi Zarmaev ten allen koste aan Rusland wilde uitleveren en daarvoor contact opnam met de Russische ambassade, was onaanvaardbaar.
De minister die door het uitblijven van een nieuwe regering, wettelijk gezien eigenlijk geen minister meer is, schond niet alleen het principe van de scheiding der machten.
Arbi Zarmaev werd tijdens zijn éénzame opsluiting in de gevangenis van Hasselt immmers gedurende 4 dagen zonder water en eten gelaten, wat voor ernstige uitdrogingsverschijnselen zorgde en zijn wankele gezondheid nog eens extra schaadde. Hij kreeg ook een neuropleticum (Clopixol) te slikken.
De familie schreef een aantal keren per aangetekende brief naar De Clerck zonder een antwoord te mogen ontvangen.
Toen Arbi Zarmaev zo’n 3 weken geleden naar de gevangenis van Brugge werd getransfereerd, werd hij in een duister hondenhok van 2 x 3 meter opgesloten, met dit verschil dat honden in een hondenasiel het een stuk beter hebben omdat zij voldoende licht en lucht hebben en geen folterpraktijken moeten ondergaan.
Arbi Zarmaev die volledig lichamelijk uitgeput was, werd iedere nacht, om de 15 minuten, met veel lawaai en fel licht wakker gemaakt. Hij kreeg opnieuw een neurolepticum te slikken dat ondermeer bedoeld was om hem ‘socialer te maken’.
Een paar dagen voor zijn zaak opnieuw voor de Raad van State kwam (zo’n 10 dagen geleden) waarbij de door De Clerck gevraagde uitlevering aan Rusland werd bevestigd, werd Arbi Zarmaev totaal van de buitenwereld afgesloten. De gevangenisdirectie herhaalde steeds dat hij ‘overstaanbare woorden mompelde’ (in het tsjetjeens en dus onverstaanbaar voor vlamingen), ‘zelf geen enkel contact meer wilde’ en ‘geen gevangenisrapportbriefjes wilde tekenen’ Zij beweerde dat hij daardoor niet kon corresponderen, niet kon telefoneren, geen televisie kon zien, niet op de buitenkoer kon en geen contact met medegevangenen kon hebben. Volgens de gevangenisdirectie diende men de ‘beslissing van Arbi te respecteren’.
Arbi’s familie was wanhopig omdat ze hem niet meer kon ontmoeten en vreesde dat dat hij in de gevangenis zou overlijden. Haar bezoeken aan de gevangenis, aan het kabinet van minister de Clerck en het bureau van het Directoriaat-generaal van het Gevangeniswezen (Hans Meurissen) haalden niets uit. De onthaaldienst van het ministerie van justitie nam telefonisch contact op met het secretariaat van Hans Meurisssen en zei dat men een afspraak kon maken. Op het secretriaat-generaal , Waterloolaan 76 te Brussel, aangekomen haalde de secretaresse de schouders op en zei dat men ‘maar moest mailen of telefoneren’, wat men reeds zonder resultaat gedaan had.
De gevangenisdirectie van Brugge liet met geveinsde vriendelijkheid weten dat men ‘Arbi’s wil tot volledige afzondering wilde respecteren’.
Gisteren ontving Arbi’s familie een kopie voor een verzoek tot vrijlating van haar advocaat.
En vandaag kwam de zaak dus voor de Raadkamer.
De familie kon Arbi vandaag even zien en spreken. Zijn diepe wonden aan enkels en polsen tengevolge van de langdurige keteningen, blijken verre van genezen te zijn. Een chirurgisch ingrijpen was op niet mogelijk omdat de wonden niet alleen bijna tot op het bot gingen maar ook ernstig ontstoken waren.
Arbi vroeg zijn familie waarom men hem al 10 dagen lang niet meer bezocht had. Hij was niettegenstaande zijn uitputting, de folterpraktijken, de éénzame afzondering en de neuroleptica, goed bij zinnen en wist precies waarover het ging. Er is dus geen reden om hem in een gesloten afdeling van een psychiatrishe inrichting te Brugge op te sluiten, zoals de gevangenisdirectie van Brugge voorstelde.
Een klein detail in deze zaak: Rusland eiste 8,5 jaar na de zogezegde feiten waarvan hij beschuldigd werd, om de uitlevering van Arbi Zarmaev, waarmee de redelijke termijn in rechtszaken dus ruimschoots overtreden werd.
Op 23 juli 2009 was minister De Clerck op bezoek in de gevangenis van Brugge voor opnames van het VRT-programma Volt. Van zeven uur ‘s ochtends tot half een liep hij er rond met een cipiersuniform om zo aan de lijve te ondervinden wat de job van cipier juist inhoudt. Het probleem is echter dat De Clerck nog nooit in een gevangenisplunje heeft rondgelopen om zich als ‘anonieme’ gevangene gedurende 14 dagen te laten opsluiten in een cel van 2 x 3 meter van de Speciale Veiligheidsafdeling. Wellicht had hij dan geweten wat het gebruik van folter- en afzonderingstechnieken inhoudt.
Open Brief aan Hans Meurisse, directeur van het Directoriaat-Generaal van het Belgische Gevangeniswezen: aanslepende procedure penitentiair verlof
aan hans.meurisse@just.fgov.be
cc info@just.fgov.be
datum 20 december 2009 00:57
onderwerp aanslepende procedure penitentiair verlof
Geachte,
Betreffende het penitentiair verlof voor mijn verloofde, Glenn H., verblijvende te het PCB sinds 04/08/09:
Met dit schrijven wil ik U meedelen dat Glenn begin september 2009, via een rapportbriefje gericht aan de directie, zijn aanvraag voor penitentiair verlof heeft gedaan. Zijn VI datum is 10/01/2010, dus hij viel binnen de periode waarin hij deze aanvraag mag doen.
Op 12/11/09 werd een maatschappelijke enquête gedaan bij mij thuis door de justitieassistente, mevr. Van A., die het verslag van het huisbezoek op 13/11/09 heeft doorgefaxt naar de griffie van het PCB. Ondertussen weten we dat het verslag zeer positief was.
In week 47 werd Glenn opgeroepen door de directie. Ze hadden documenten ivm zijn penitentiair verlof en daarop moest hij de reden/motivatie van zijn aanvraag voor zijn verlof op invullen. Hij vroeg de directie hoe lang het nog ging duren voordat hij effectief zijn verlof kon aanvragen en krijgen, daarop werd geantwoord dat de documenten naar Brussel moesten gestuurd worden en hij op drie weken moest rekenen tegen dat deze documenten terug in het PCB waren.
Ondertussen zijn er al vier weken voorbij en heeft hij nog geen enkel nieuws ontvangen hieromtrent.
Op 15/11 heb ik persoonlijk het PSD van PCB opgebeld en gesproken met maatschappelijk assistente Els Ringard teneinde enige informatie te bekomen over de lange aansleep van die aanvraag voor penitentiair verlof.
Mijn vraag werd als lachwekkend beschouwd: “penitentiair verlof? Maar mevrouw, in de computer staat dat de aanvraag pas op 27/11/09 is gebeurd, er is zelfs nog geen advies opgemaakt door de directie! En daar hebben zij twee maanden de tijd voor, dus als U rekent, twee maanden na de aanvraagdatum, komen we op 27/01/10! En dan duurt het nog eens drie weken voordat de documenten terug zijn uit Brussel!”
Hieronder artikels 8, 9, 10 en 11 van de wet van 17/05/2006 inzake penitentiair verlof en uitgangsvergunningen:
Art. 8.
Drie maanden voor de veroordeelde zich in de door artikel 7, 1°, bepaalde tijdsvoorwaarde bevindt, licht de directeur de veroordeelde schriftelijk in over de mogelijkheden tot toekenning van penitentiaire verloven.
De veroordeelde richt zijn schriftelijk verzoek tot penitentiair verlof aan de directeur.
De directeur kan de Dienst Justitiehuizen van de federale overheidsdienst Justitie opdragen een beknopt voorlichtingsrapport op te stellen of een maatschappelijke enquête te houden in het door de veroordeelde voor het penitentiair verlof voorgestelde opvangmilieu. De Koning bepaalt de inhoud van dat beknopt voorlichtingsrapport en van die maatschappelijke enquête.
Binnen twee maanden na de ontvangst van het verzoek, stelt de directeur een met redenen omkleed advies op en zendt hij het verzoek en zijn met redenen omkleed advies over aan de minister of zijn gemachtigde en bezorgt de veroordeelde een afschrift ervan.
Art. 9
Indien het advies van de directeur niet wordt meegedeeld binnen de in artikel 8, vierde lid, bepaalde termijn, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg op schriftelijk verzoek van de veroordeelde, de minister op straffe van een dwangsom veroordelen tot het uitbrengen van zijn advies, via de directeur, binnen de termijn voorzien door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg en om aan de veroordeelde een afschrift van dit advies ter kennis te brengen.
De voorzitter doet uitspraak na de veroordeelde en de minister of zijn gemachtigde te hebben gehoord, op advies van het openbaar ministerie, binnen vijf dagen na ontvangst van het verzoek.
Art. 10.
§ 1. De uitgaansvergunning of het penitentiair verlof wordt toegekend door de minister of zijn gemachtigde, op verzoek van de veroordeelde en na een met redenen omkleed advies van de directeur. Het advies van de directeur bevat, in voorkomend geval, een voorstel van bijzondere voorwaarden die hij nodig acht op te leggen.
§ 2. Binnen veertien dagen na de ontvangst van het dossier neemt de minister of zijn gemachtigde een beslissing. Deze met redenen omklede beslissing wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de procureur des konings van het arrondissement waar het penitentiair verlof zal plaatsvinden.
Indien de minister of zijn gemachtigde oordeelt dat het dossier niet in staat is en er bijkomende informatie noodzakelijk is om een beslissing te kunnen nemen, kan deze termijn éénmalig met zeven dagen worden verlengd. De minister of zijn gemachtigde deelt dit onverwijld mee aan de directeur en de veroordeelde.
§ 3. Indien de uitgaansvergunning, bedoeld in artikel 4, of het penitentiair verlof wordt geweigerd, kan de veroordeelde een nieuwe aanvraag indienen ten vroegste drie maanden na de datum van deze beslissing.
De beslissing van de minister of zijn gemachtigde wordt met redenen omkleed.
§ 4. Bij gebrek aan een beslissing binnen de bepaalde termijn wordt de minister geacht de uitgaansvergunning of het penitentiair verlof toe te kennen. Aan deze uitgaansvergunning of dit penitentiair verlof worden de bijzondere voorwaarden gekoppeld die de directeur, in voorkomend geval, overeenkomstig § 1, heeft voorgesteld.
Ik vraag U, als ik bovenstaande lees en herlees, is er iets dat ik mis of niet zie???
De directie heeft van Glenn het verzoek ontvangen begin december, via een rapportbriefje. Als ik een beetje kan rekenen, dan zijn bovenvermelde twee maanden reeds ruimschoots verstreken eh heeft Glenn geen afschrift gekregen van haar advies, dat moest opgesteld zijn binnen de twee maanden.
Het feit dat PSD mij laat weten dat de aanvraag pas op 27/11/09 staat genoteerd in hun computer, dan moet ik voor de zoveelste keer vaststellen dat de werking van de diensten binnen de muren van het PCB nog maar eens een complete ramp is.
Sinds zijn opsluiting hebben wij, Glenn in het bijzonder, nog niets anders gehad dan foutieve informatie van zowel directie als PSD op ALLE GEBIED.
De ene dienst schuift de verantwoordelijkheid door naar de andere, ofwel weten ze van niks, ofwel zijn ze de documenten kwijt, enz enz.. altijd is er wel een reden die ze aanhalen om hun incompetentie te verdoezelen. Niet alleen incompetentie, maar zelfs bewust tegenwerken zodat dossiers niet in orde komen op tijd, met alle gevolgen van dien. Ik ga hier echter nu niet verder over uitwijden.
Mij gaat het over het penitentiair verlof.
Aangezien Glenn door niks of niemand geïnformeerd wordt over de stand van zaken, of het is verkeerde informatie, neem ik het initiatief.
Na bijna 5 maanden geleuter en onprofessioneel werken door elke dienst binnen het PCB ben ik het grondig beu!
Wij, als familie die buiten achterblijven, Glenn, als gedetineerde, die opgesloten zit en verplicht is om braaf ja te knikken terwijl men hem neerbuigend en al treiterend eender wat wijsmaakt om er vanaf te zijn, hebben het recht om juiste informatie te krijgen.
In de jaar- en activiteitenverslagen van Justitie staat het allemaal zo mooi neergeschreven: dat een gedetineerde een degelijke begeleiding en advisering krijgt, dat de verschillende diensten ervoor moeten zorgen dat de gedetineerde op alle vlak bijgestaan wordt, dat alles in het werk wordt gesteld om het humane aspect voorop te stellen…enz
Wij hebben tot nu toe enkel hele slechte ervaringen gehad, niks begeleiding, niks advies, alles heeft Glenn zelf gedaan.
Ik vraag U, heel beleefd, om mij AUB een antwoord te geven over deze aanslepende toestand betreffende het penitentiair verlof van Glenn. Hieronder heb ik ter illustratie de tekst gezet over DIG, terug te vinden in het activiteitenverslag van het directoraat-generaal penitentiaire inrichtingen. Ik hoop dat U deze mail ook naar deze diensten kan doorsturen zodat ook zij weet hebben van deze zaak.
Nog iets over de Dienst Individuele Gevallen (DIG):
De Dienst Individuele Gevallen (DIG) formuleert voorstellen en neemt beslissingen betreffende de strafuitvoeringsmodaliteiten voor de veroordeelden, rekening houdend met het detentieplan.
Zij voert deze taken uit met respect voor de belangen van de veroordeelden, het slachtoffer en de maatschappij en binnen de geest van een herstelgerichte detentie.
De dienst is bevoegd voor oa de uitgangsvergunningen, de penitentiaire verloven en de strafopschortingen
In afwachting van uw antwoord, teken ik,
Met hoogachting
Liesbeth Opsta (verloofde Glenn H.)
——————————————
GEEN ANTWOORD